Categorieën
Auteursrechtrichtlijn Opinie

Waarom een nieuw persuitgeversrecht?

Nederland krijgt een persuitgeversrecht. Dat betekent dat perspublicaties, zoals nieuwsberichten, vanaf volgend jaar een eigen beschermregime krijgen. Het persuitgeversrecht is een van de uitkomsten van een jarenlang Europees debat over vernieuwing van het auteursrecht. Het recht is opgenomen in de nieuwe richtlijn over auteursrecht in de digitale eengemaakte markt.

Onlinediensten die berichten van nieuwsmedia overnemen zijn de aanleiding voor het nieuwe persuitgeversrecht. Immers, nieuwsmedia ontvangen geen advertentie-inkomsten wanneer nieuwsberichten via andere kanalen worden gelezen.

Zoals het Europees Hof voor de Rechten van de Mens veelvuldig heeft erkend, vervullen nieuwsmedia een essentiële functie in een democratische samenleving. In zoverre is bescherming van nieuws legitiem. Echter, deze belangrijke functie legitimeert op zichzelf nog geen nieuwe wetgeving. Voor nieuwe wetgeving is het belangrijk om te kijken of, en zo ja waarom huidige bescherming, zoals het (verzamel)auteursrecht en het databankenrecht, niet voldoet.

Problemen rond makerschap

De Nederlandse wetgever heeft een consultatieversie gepubliceerd over de implementatie van de richtlijn. In de (concept) memorie staat dat het aantonen van een rechtenoverdracht in procedures zou leiden tot ‘zeer aanzienlijke lasten voor persuitgevers’. De Europese wetgever noemt dit proces ‘complex en inefficiënt’. Nieuwsmedia doen er nog een schepje bovenop door te stellen dat handhaving op grond van auteurscontracten ‘soms simpelweg niet mogelijk is’.

Dit lijkt mij een gelegenheidsargument. Het is prima mogelijk om op te treden tegen een onlinedienst op grond van een redelijk aantal voorbeelden. Daarvoor hoeft niet voor ieder individueel artikel auteursrecht te worden aangetoond. Voor zover een getekende overeenkomst al niet voorhanden is, beschikt de auteursrechtadvocaat over een uitgebreide gereedschapskist om te procederen of aan te tonen waar rechten liggen (denk aan het bewijsvermoeden van artikel 4 Aw, collectieve acties op grond van 3:305a BW, verzamelauteursrecht, artikel 9 Aw bij artikelen zonder naam, databankenrecht, etc.).

Ten slotte nog dit:

Eén. Het persuitgeversrecht lijkt een plek te krijgen in de Wet op de naburige rechten. Deze wet biedt momenteel bescherming aan de vastlegging van muziek- en filmuitvoeringen (ten opzichte van het filmscript en muziekstuk dat beschermd wordt door de Auteurswet). Systematisch is dat eigenaardig, omdat perspublicaties geen vertolking zijn van een werk, zoals films en muziek dat zijn.

Twee. Het nieuwe Europese persuitgeversrecht komt sterk overeen met het Duitse Leistungsschutzrecht dat perspublicaties sinds 2013 beschermt tegen overnames. Sinds de inwerkingtreding is het Duitse beschermregime echter geen succes. Daarom is het onduidelijk waarom het regime in de Europese richtlijn terecht is gekomen.

Drie. Inhoudelijk verandert er weinig, omdat het persuitgeversrecht het recht op beschikbaar stellen voor het publiek en reproductie toekent aan nieuwsmedia. Deze rechten zijn vergelijkbaar met auteursrechtelijke exploitatierechten. Het Infopaq-arrest bevestigt dat een fragment van elf woorden auteursrechtelijk is beschermd. Ook alle beperkingen die voor het auteursrecht gelden, blijven op het persuitgeversrecht van toepassing. Kortom, er is dus niets nieuws onder de zon.

Vier. Voor de verlening van licenties, volgens de richtlijn een tweede rechtvaardigingsgrond, verandert er helemaal niks. Nieuwsmedia moeten daarvoor nog steeds over de juiste rechten beschikken van hun journalisten en fotografen.

En vijf. Nieuwsmedia vechten niet tegen piraterij. Het is veel minder de vraag wie achter een vermeende inbreuk zit, zoals bij illegale e-books, films of muziek vaak speelt. Commerciële partijen als matchhamster.com hebben naar eigen zeggen al 50.000 inbreuken verwijderd – overigens (aldus de jurisprudentie) vaak van huis-tuin-en-keuken websites. Handhaving van rechten is complex, maar dat geldt voor iedere industrie. Het dilemma van nieuwsmedia is dat het beperken van overnames door Google en Facebook populaire onlinediensten leidt tot een lager websitebezoek. Dat zal een persuitgeversrecht niet veranderen.

Categorieën
Opinie

De kleur van e-books

Een ‘trieste’, ‘absurde’ en ‘belachelijke’ uitspraak. Zo kwalificeerden bezoekers van Tweakers.net de uitspraak van het Europese Hof van Justitie in de zaak van uitgevers tegen Tom Kabinet. Maar is het terecht om het Hof te beschuldigen van donquichotterie?

Het kostte uitgevers vijf jaar om een uitspraak te krijgen over de handelwijze van Tom Kabinet. Dat was nog relatief kort, omdat uitgevers de weg van een kort geding hebben bewandeld. Het grote tijdsverloop maakt duidelijk dat rechters worstelen met de uitleg van de wetgeving.

E-books hebben inmiddels zo veel kleuren als een kameleon. Zo is (voorafgaand aan de aangekondigde btw-verlaging) door de Europese rechter de levering van e-books fiscaal gekwalificeerd als ‘een dienst’. Door de glazen van de consumentenkoopbril geldt dat ‘gegevens die in digitale vorm geproduceerd en geleverd worden’ als koop worden gezien. Volgens de Wet op de vaste boekenprijs is een e-book geen boek (want: bestaat niet uit papieren bladzijden). Dat ligt anders als een papieren boek ‘vergezeld is’ van een e-book. Dan is een e-book wel een boek. En over de vraag of de levering op grond van het aanbestedingsrecht een ‘levering’ of ‘dienst’ is, valt ook nog wel een boom op te zetten. Uiteraard vallen verschillende kwalificaties en normen niet te voorkomen. Het is echter wel veelzeggend hoe vaak e-books en andere digitale producten in ons land, dat internationaal voorop wil lopen in innovatie met ICT, juridisch tussen de wal en het schip geraken.

Kenmerkend is dat in de Tom Kabinet-uitspraak nog een overweging in de Auteursrechtrichtlijn over de goeie-ouwe CD-I is aangehaald, welke al bijna 25 jaar geleden is gestorven. De uitspraak maakt ook opnieuw duidelijk dat de Nederlandse archaïsche begrippen ‘verveelvoudiging’ en ‘openbaarmaking’ hun betekenis hebben verloren en moeten worden vervangen door het Europese vocabulaire van ‘distributie’, ‘mededeling aan het publiek’ en ‘ter beschikking stellen’. Het lijkt er wat dat betreft op dat de wetgever heeft stilgezeten.

De Tom Kabinet-uitspraak

Ik denk dat de Tom Kabinet-uitspraak in de basis juist is. Het wordt echter wel steeds lastiger om een structuur te ontdekken in de rechtspraak. De belangrijkste argumenten tegen tweedehands e-books zijn dat het wissen van het origineel niet valt te controleren en dat de kwaliteit niet verslechtert. In het UsedSoft-arrest bevestigde de Europese rechter daarover nog dat het inderdaad moeilijk kan zijn om te controleren of gedownloade software is verwijderd. Maar, zo oordeelde het Hof destijds, gebrande kopieën van een cd-rom met software kennen hetzelfde probleem. Om het probleem te ondervangen, kwam het Hof met het gratis advies om productsleutels toe te passen.

Echter, omdat een e‑book nou eenmaal geen computerprogramma is, besloot het Hof in de zaak Tom Kabinet anders. Zo werd overwogen dat tweedehands e-books ‘perfecte vervangers’ zijn omdat e-books (net als software?) geen kwaliteitsverlies kennen. Het Hof woog mee dat rechthebbenden daardoor niet langer een passende vergoeding voor hun werk krijgen, wat kennelijk niet geldt voor softwareontwikkelaars. Deze argumenten zijn echter ook deels politieke keuzes, welke bij gebrek aan wetgeving nu door rechters worden gemaakt.

Coherentie of onderscheid

Uit de Tom Kabinet-uitspraak blijkt dat rechters, bij gebrek aan wetgeving, vaak moeten kiezen tussen coherentie of juist onderscheid tussen ‘nieuwe’ elektronische en de ‘oude’ fysieke distributiemodellen. De Tom Kabinet-uitspraak valt in de categorie ‘onderscheid’. Eerder legitimeerde het Hof in de VOB/Leenrecht-zaak echter nog het uitlenen van e-books op basis van een ‘one copy-one user’ model. Dat model betekent dat, net als bij fysieke boeken, bepaalde e-books even niet op de plank kunnen staan omdat deze zijn uitgeleend.

Het lijkt mij voor economische vooruitgang onwenselijk om onder de vlag van coherentie terug te blijven grijpen op oude businessmodellen. Een renovatie van de Auteurswet (of de komst van de Europese verordening) lijkt daarom voor de hand te liggen.

Categorieën
Auteursrechtrichtlijn Opinie

De panacee voor tekst- en datamining

Europa wil tekst- en datamining ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek bevorderen. Daarom komt in de DSM-richtlijn een nieuwe exceptie die hierin voorziet.

Veel websitebezoekers zijn geen mensen, maar bots, crawlers, spiders of andere computerprogramma’s die geautomatiseerd data analyseren. Deze programma’s brengen bijvoorbeeld het internet in kaart voor zoekmachines, of speuren − minder nobel − naar beveiligingskwetsbaarheden. Soortgelijke programma’s worden in wetenschappelijk onderzoek gebruikt om grote hoeveelheden artikelen of onderzoeksdata te analyseren op patronen, trends of onderlinge verbanden. Deze geautomatiseerde analysetechniek wordt tekst- en datamining (TDM) genoemd. Met de toenemende hoeveelheid beschikbare data heeft TDM veel potentieel. Wetenschappelijk onderzoek waarin TDM een rol speelt, is door de jaren heen daarom flink toegenomen.

In AMI 2018/4 (tijdschrift voor auteurs-, media- en informatierecht), het heb ik een bijdrage geschreven over de nieuwe exceptie als panacee voor tekst- en datamining. In het artikel beargumenteer ik dat een nieuwe exceptie problemen met zich meebrengt, zoals de vraag of nationale excepties op grond van de Europese wetenschapsexceptie kunnen blijven bestaan. Er valt in mijn ogen niet te zeggen of een specifieke exceptie voor TDM ook een oplossing biedt voor toekomstige technieken voor wetenschappelijk onderzoek. Een verbetering van wetgeving verdient in mijn ogen de voorkeur boven verbreding van de Auteursrechtrichtlijn met nieuwe excepties.