Categorieën
Contracten

De juridische waarde van de elektronische handtekening

Vorige week heb ik een blog geschreven over efficiënter werken met DocuSign. Daarin heb ik aangekondigd verder in te gaan op de juridische waarde van de elektronische handtekening. In deze blogpost behandel ik specifiek dit onderwerp in relatie tot het auteursrecht. De Auteurswet schrijft namelijk voor om een akte te gebruiken voor overdracht en verlening van een exclusieve licentie op auteursrecht:

De levering vereist voor gehele of gedeeltelijke overdracht, alsmede de verlening van een exclusieve licentie, geschiedt bij een daartoe bestemde akte.

Artikel 2 lid 3 Aw

In het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat omschreven wat een akte is:

Akten zijn ondertekende geschriften, bestemd om tot bewijs te dienen.

Art. 156 lid 1 Rv

Kortom: voor de overdracht en verlening van een exclusieve licentie op het auteursrecht is een ondertekend geschrift nodig. Maar hoe zit het met een digitale DocuSign-handtekening in een pdf? Is dat ook een ondertekend geschrift?

Toegankelijkheid van regelgeving

Een probleem is dat regelgeving over elektronische handtekeningen niet heel toegankelijk is. Zo klagen Spoor, Verkade & Visser in hun handboek Auteursrecht over ‘onduidelijkheid’ anno 2018 in ‘eenentwintigsteeeuwse, op EU-richtlijnen gebaseerde wetgeving’. Overigens is dat standpunt ook wat achterhaald, want deze ‘op EU-richtlijnen gebaseerde wetgeving’ is in 2017 vervangen. De Europese regelgeving omtrent digitaal ondertekenen is inmiddels vastgelegd in de eIDAS-verordening.

De meest veilige koers

Verder valt op dat Spoor, Verkade & Visser in hun Auteursrecht-handboek nog altijd een ‘schriftelijk document op papier met daarop een natte handtekening’ als ‘meest veilige koers’ aanraden. Dat klinkt alsof het nieuwerwetse door de auteurs wordt vermeden. Met deze algemene aanbeveling ben ik het dan ook niet geheel eens.

Ten eerste is bij het werken binnen een organisatie ‘de meest veilige koers’ niet altijd de beste keuze. ‘De meest veilige koers’ is namelijk een authentieke akte die is gewaarmerkt door de notaris. Dat schiet zijn doel natuurlijk in veel gevallen volledig voorbij. Ook aan het gebruik van een ‘schriftelijk document op papier met daarop een natte handtekening’ zijn bewijsrechtelijke risico’s verbonden, zoals ik hierna laat zien. Een elektronische handtekening hoeft niet risicovoller te zijn en is zeker niet per definitie ongeldig. Als (bedrijfs)jurst is het ook niet nodig om altijd ‘de meest veilige koers’ te kiezen. Zoals Toon Huydecoper prachtig zegt: een bedrijfsjurist krijgt de hele dag vragen waarvan – als je heel voorzichtig zou zijn – denkt: dit is er tegen, en dit is er tegen. Als hij niet kiest, wordt hij na een halfjaar gemeden. Dan denkt men: ‘Die man zoekt alleen maar problemen en je hebt er niks aan – hij vertelt alleen wat er allemaal mis kan gaan.’

Ondertekend

Terug naar het ondertekend geschrift en de elektronische handtekening. Zoals in de inleiding uiteengezet, is voor de overdracht en verlening van een exclusieve licentie op auteursrecht een ondertekend geschrift nodig. Dat betekent (1) dat er een geschrift moet zijn, en (2) dat dit geschrift ondertekend moet zijn. Ik begin met het tweede punt. Over de relatie tussen de handgeschreven ondertekening en de elektronische handtekening bepaalt de eIDAS-verordening:

Het rechtsgevolg van een elektronische handtekening en de toelaatbaarheid ervan als bewijsmiddel in gerechtelijke procedures mogen niet worden ontkend louter op grond van het feit dat de handtekening elektronisch is of niet aan de eisen voor gekwalificeerde elektronische handtekeningen voldoet.

Art. 25 eIDAS-verordening

Kortom, een rechter mag een elektronische handtekening niet halsstarrig weigeren. Maar hij mag wel voorwaarden stellen aan de kwaliteit van de handtekening:

In deze verordening moet als beginsel worden gesteld dat het rechtsgevolg van een elektronische handtekening niet moet worden ontkend […]. Het nationaal recht moet echter bepalen welk rechtsgevolg elektronische handtekeningen hebben.

Overweging 49 eIDAS-verordening

En dat heeft de Nederlandse wetgever keurig gedaan:

De geavanceerde elektronische handtekening […], en een andere elektronische handtekening [hebben] dezelfde rechtsgevolgen als een handgeschreven handtekening, indien voor deze beide elektronische handtekeningen de methode voor ondertekening die gebruikt is voldoende betrouwbaar is, gelet op het doel waarvoor de elektronische handtekening is gebruikt en [gelet] op alle overige omstandigheden van het geval.

Art. 3:315 BW

De rechter maakt een afweging

Er kan dus niet in zijn algemeenheid worden gesteld of een reguliere elektronische handtekening voldoende betrouwbaar is en gelijk kan worden gesteld aan de handgeschreven handtekening. Dat klinkt eng. Daarmee wijkt de elektronische handtekening bovendien af van de handgeschreven handtekening. De handgeschreven ondertekening kent geen duidelijke voorwaarden. De literatuur beschrijft het als ‘een geheel van lettertekens in het handschrift van de ondertekenaar’ – maar er bestaat geen verplichting dat een handtekening bijvoorbeeld gelijk moet zijn aan de handtekening in een paspoort.

Bij een elektronische handtekening ligt dat dus genuanceerder. Een rechter zal voor de geldigheid van een elektronische handtekening (bij betwisting van de geldigheid) een afweging moeten maken tussen de betrouwbaarheid van bijvoorbeeld DocuSign als platform enerzijds en het doel waarvoor de elektronische handtekening wordt gebruikt anderzijds. De wetgever maakt daarbij als kanttekening dat in ‘algemene zin’ geldt dat ‘uiteraard verwacht mag worden dat partijen voor eenvoudige transacties aan het gebruik van de meest eenvoudige – en dus goedkoopste – elektronische handtekening (de ‘gewone’ elektronische handtekening) de voorkeur zullen geven’.

Smaakjes

De eIDAS-verordening kent verschillende soorten handtekeningen, met verschillende bewijskracht. De meest sterke handtekening is de gekwalificeerde handtekening. Een reguliere DocuSign-handtekening is geen gekwalificeerde handtekening – al wordt deze optie door DocuSign wel tegen meerprijs aangeboden. De rechter hoeft op grond van de eIDAS-verordening bij een gekwalificeerde handtekening ook niet meer af te wegen of de dienst voldoende betrouwbaar is. Met de gekwalificeerde handtekening staat de identiteit van de ondertekenaar bovendien vast. Zo’n gecertificeerde handtekening is dus ijzersterk bewijs wanneer een ondertekenaar betwist te hebben getekend. Maar het is een zwaar middel, en voor een gebruiker tamelijk onpraktisch.

Zelf zegt DocuSign in zijn validity guide dat zo’n gekwalificeerde handtekening ‘may be required’ voor overdracht van auteursrecht. Een gekwalificeerde handtekening is echter, zoals hierboven uitgelegd, geen absoluut vereiste. Het lijkt mij zelfs wat overdreven – omdat een reguliere DocuSign-handtekening ook al behoorlijk betrouwbaar bewijs oplevert over de identiteit van de ondertekenaar. Het lijkt mij niet voor de hand liggen dat een rechter snel komt tot een oordeel dat geen sprake is van een handtekening omdat de betrouwbaarheid van DocuSign onvoldoende zou zijn.

Daarvan is overigens wel in de rechtspraak een enkel voorbeeld te vinden. Zo stuitte ik op een vrij recente uitspraak, waarin de kantonrechter in Den Haag de verschillen vaststelde tussen een DocuSign-handtekening en de ‘handtekening op het in kleurenkopie overgelegde identiteitsbewijs’. Maar goed – in deze zaak speelde meer, zoals gerommel met de schrijfwijze van namen. Partijen (waaronder een incassobureau) werden ook niet bijgestaan door een advocaat, en ik ben bang dat niet de relevante juridische argumenten zijn bepleit.

De natte waterdichte handtekening?

Zoals ik hierboven al schreef, is een handgeschreven handtekening op papier is ook niet waterdicht. Het kan verkeerd lopen wanneer een wederpartij ontkent dat hij zijn handgeschreven handtekening heeft gezet. Zolang een ondertekenaar stellig ontkent dat een handtekening onder een papieren contract van hem afkomstig is, komt aan het stuk namelijk geen enkele bewijskracht toe (voor de juristen onder ons: NJ 2019/174). Voor zo’n stellige ontkenning is geen onderbouwing nodig door de ondertekenaar. Het is dan dus aan de eisende partij om te bewijzen dat de ondertekenaar toch echt heeft getekend. Een natte handtekening is dus theoretisch bezien ook niet een ‘veilige koers’.

DocuSign biedt in de praktijk de optie ‘Add access authentication’. Daarmee wordt het mogelijk om te bewijzen dat de identiteit is geverifieerd per sms. Het wordt daarmee eenvoudiger om aan te tonen dat – bij betwisting door de ondertekenaar – de ondertekenaar toch echt zelf heeft getekend. Daarmee is een digitale DocuSign-handtekening met sms misschien zelfs sterker dan een fysieke handtekening die per post is ontvangen. Immers, er zijn dan in ieder geval bewijsmiddelen voorhanden dat de ondertekenaar zelf heeft getekend.

Geschrift

De tweede voorwaarde is dat er sprake moet zijn van een ‘geschrift’. Artikel 156a Rv bepaalt echter dat akten ‘op een andere wijze dan bij geschrift’ kunnen worden opgemaakt, zolang een ongewijzigde reproductie van de inhoud van de akte mogelijk is.

DocuSign voldoet aan deze eis, gezien het certificaat dat standaard bij voltooiing van een DocuSign-handtekening wordt aangeboden. Van een geschrift is dus ook bij DocuSign sprake.

Kortom:

Voor de overdracht en verlening van een exclusieve licentie op het auteursrecht is een ondertekend geschrift nodig. Met het geschrift zit het wel goed. Voor de vraag of er getekend is, zal een rechter bij betwisting onderzoeken of de DocuSign-handtekening voldoende betrouwbaar is voor overdracht of verlening van een exclusieve licentie van auteursrecht. Het kan verkeerd aflopen wanneer een wederpartij ontkent dat hij zijn elektronische handtekening heeft gezet. Dat kan echter bij de natte handtekening op papier ook gebeuren. DocuSign biedt aanvullende oplossingen om betrouwbaarheid te vergroten en beter te kunnen aantonen dat de ondertekenaar daadwerkelijk zijn handtekening heeft gezet.

Gelukkig is het betwisten van de geldigheid van een handtekening een zeldzaamheid waar ik in de praktijk nog nooit mee van doen heb gehad. En wanneer het toch gebeurt, ben ik ervan overtuigd dat een rechter te overtuigen valt van de geldigheid van zowel de papieren als de digitale krabbel.

Categorieën
Efficient werken

Efficiënter werken met DocuSign

Ik beoordeel veel overeenkomsten en andere documenten die uiteindelijk moeten worden ondertekend. Alle overeenkomsten afdrukken, bij je baas binnenlopen, laten ondertekenen, scannen, of zelfs per post opsturen, is behoorlijk inefficiënt. Documenten kunnen kwijtraken of onjuist worden ondertekend. Wanneer het gaat om een grote hoeveelheid overeenkomsten, is het bovendien lastig om overzicht te bewaren. Daarom ben ik een groot voorstander van digitaal ondertekenen. Zelf gebruik ik DocuSign. DocuSign is wereldwijd het meestgebruikte systeem voor digitaal ondertekenen.

to DocuSign has become the verb for trusted electronic signing

Zoals DocuSign het zelf zegt. (Overigens is dit vanuit het merkenrecht een interessante uitdrukking – een nieuw blogonderwerp is snel gevonden.)

Digitaal ondertekenen leidt soms tot weerstand bij ondertekenaars, maar het is praktisch bezien een prima alternatief voor de fysieke handtekening. Een DocuSign-handtekening levert meer betrouwbare gegevens op dan een gescande pdf, zoals het moment van ondertekening, de e-mail- en IP-adressen van de ondertekenaars en het bewijs dat het document compleet is (en dus geen pagina’s ontbreken of zijn toegevoegd na ondertekening).

Weerstand

Bij weerstand bij ondertekenaars wijs ik vaak op de validity guide van DocuSign. Helaas lukt het mij daarmee niet altijd om iedereen te overtuigen. Aanvullende vraag kan dan zijn of de ontvanger onder een steen heeft geleefd, eventueel gecombineerd met het feitje dat in Amerika huizen worden gekocht via DocuSign. Maar goed, er bestaan nog altijd culturen waarin een bedenkelijke hang bestaat naar een document met een stempel (als back-up nog altijd aanwezig in mijn bureaulade). Maar dit zijn gelukkig wel uitzonderingssituaties.

Juridische waarde van de digitale handtekening

In mijn volgende blogpost ga ik in op de juridische waarde van de digitale handtekening. Deze week behandel ik enkele praktische tips voor gevorderde DocuSign-gebruikers om efficiënter te werken. Via de linkjes in dit blog lees je op de website van DocuSign hoe je stap-voor-stap de betreffende functies kunt instellen.

Tip 1: Schakel two-step verification in

Na verloop van tijd zal je DocuSign-account veel vertrouwelijke informatie en overeenkomsten bevatten. Deze informatie bewaar je niet in een kartonnen doos in een tuinhuisje met een poeziealbumhangslotje. Het enkel beveiligen van je account met een gebruikersnaam en wachtwoord is daarom onvoldoende. Je wilt immers niet dat de overeenkomsten in je DocuSign-opslag op straat komen te liggen. Je kunt two-step verification inschakelen (nadat je bent ingelogd) via deze pagina. Je kunt vervolgens DocuSign koppelen aan bijvoorbeeld je Google Authenticator, Microsoft Authenticator of Authy app op je telefoon.

Na het inloggen op een (nieuwe) computer moet je vervolgens toestemming geven op je telefoon. Op de support-pagina’s van DocuSign lees je meer over het instellen. Two-step verification maakt de omgeving veel veiliger, dus vooral doen.

Tip 2: Werk met templates

Je werkt veel efficiënter door in DocuSign templates te maken voor de verschillende overeenkomsten die je vaak gebruikt. Ik werk bijvoorbeeld met templates voor licentieovereenkomsten, NDA’s en verschillende andere sjablonen. Dit kunnen documenten zijn die je ongewijzigd wilt gebruiken (zoals voorwaarden waar alleen een handtekening onder moet worden geplaatst). Je kunt in DocuSign echter ook prima een template aanmaken waarin je nog aanpassingen gaat maken (zoals de namen van partijen en de inhoud van de overeenkomst).

Het voordeel van een template in DocuSign is dat je automatisch kunt instellen wie de (soorten) partijen zijn die ondertekenen, verzendberichten kunt instellen en automatisch de handtekeningenblokken in je document kunt laten plaatsen. Dat is één keer wat werk om in te stellen, maar scheelt je vervolgens dagelijks tijd.

Wanneer je een template hebt gemaakt, kun je instellen dat je geüploade contracten automatisch worden herkend als de betreffende template. Met de functie ‘Intelligent Document Recognition’ kun je een zone instellen waarmee DocuSign jouw contract herkent als een specifieke template. Bijvoorbeeld:

Intelligent Document Recognition herkent een zone in je document.

Ieder document dat vervolgens wordt geüpload met de tekst ‘Licentieovereenkomst voor uitgave van een werk’ op dezelfde plaats, wordt door DocuSign automatisch als de betreffende template herkend. Zolang deze kop in je document blijft staan, blijft DocuSign je bestand herkennen.

In een template kun je ook instellen dat handtekeningen automatisch worden geplaatst op een bepaalde plaats. Dit doe je met de AutoPlace-functie binnen DocuSign. Hieronder zie je dat op de plaats van de tekst \Signature1\ automatisch de handtekening van de uitgever wordt geplaatst.

Automatisch handtekeningen plaatsen.

Door overigens de tekst \Signature1\ in je Word-document wit te maken, is deze in de getekende overeenkomst niet meer zichtbaar – maar wordt de handtekening wel goed geplaatst.

Tekst wit maken in je Word-document.

Tip 3: PowerForms

De PowerForms-functie van DocuSign is erg handig voor documenten die kunnen worden ondertekend in een ongewijzigde form, zoals NDA’s. Je kunt je collega’s de link van een PowerForm geven en zij kunnen vervolgens verder alles zelf regelen.

Tip 4: De Office-plugin

Zorg er ten slotte voor dat je de DocuSign-plugins voor Word en Outlook hebt geïnstalleerd. Met de plugins stuur je documenten met een klik vanuit Word of vanuit een e-mailbericht in Outlook naar DocuSign. Er verschijnen door de plugins twee handige knoppen in Outlook en Word om documenten zelf te ondertekenen en te laten ondertekenen:

De knoppen ‘Sign Attachments’ en ‘Request Signatures’ verschijnen door de plugin in Outlook en Word.

Dat scheelt handmatig opslaan en uploaden. Zeker in combinatie met de bovenstaande tips kun je zo binnen een halve minuut een overeenkomst versturen ter ondertekening.

Categorieën
Auteursrechtrichtlijn Opinie

Waarom een nieuw persuitgeversrecht?

Nederland krijgt een persuitgeversrecht. Dat betekent dat perspublicaties, zoals nieuwsberichten, vanaf volgend jaar een eigen beschermregime krijgen. Het persuitgeversrecht is een van de uitkomsten van een jarenlang Europees debat over vernieuwing van het auteursrecht. Het recht is opgenomen in de nieuwe richtlijn over auteursrecht in de digitale eengemaakte markt.

Onlinediensten die berichten van nieuwsmedia overnemen zijn de aanleiding voor het nieuwe persuitgeversrecht. Immers, nieuwsmedia ontvangen geen advertentie-inkomsten wanneer nieuwsberichten via andere kanalen worden gelezen.

Zoals het Europees Hof voor de Rechten van de Mens veelvuldig heeft erkend, vervullen nieuwsmedia een essentiële functie in een democratische samenleving. In zoverre is bescherming van nieuws legitiem. Echter, deze belangrijke functie legitimeert op zichzelf nog geen nieuwe wetgeving. Voor nieuwe wetgeving is het belangrijk om te kijken of, en zo ja waarom huidige bescherming, zoals het (verzamel)auteursrecht en het databankenrecht, niet voldoet.

Problemen rond makerschap

De Nederlandse wetgever heeft een consultatieversie gepubliceerd over de implementatie van de richtlijn. In de (concept) memorie staat dat het aantonen van een rechtenoverdracht in procedures zou leiden tot ‘zeer aanzienlijke lasten voor persuitgevers’. De Europese wetgever noemt dit proces ‘complex en inefficiënt’. Nieuwsmedia doen er nog een schepje bovenop door te stellen dat handhaving op grond van auteurscontracten ‘soms simpelweg niet mogelijk is’.

Dit lijkt mij een gelegenheidsargument. Het is prima mogelijk om op te treden tegen een onlinedienst op grond van een redelijk aantal voorbeelden. Daarvoor hoeft niet voor ieder individueel artikel auteursrecht te worden aangetoond. Voor zover een getekende overeenkomst al niet voorhanden is, beschikt de auteursrechtadvocaat over een uitgebreide gereedschapskist om te procederen of aan te tonen waar rechten liggen (denk aan het bewijsvermoeden van artikel 4 Aw, collectieve acties op grond van 3:305a BW, verzamelauteursrecht, artikel 9 Aw bij artikelen zonder naam, databankenrecht, etc.).

Ten slotte nog dit:

Eén. Het persuitgeversrecht lijkt een plek te krijgen in de Wet op de naburige rechten. Deze wet biedt momenteel bescherming aan de vastlegging van muziek- en filmuitvoeringen (ten opzichte van het filmscript en muziekstuk dat beschermd wordt door de Auteurswet). Systematisch is dat eigenaardig, omdat perspublicaties geen vertolking zijn van een werk, zoals films en muziek dat zijn.

Twee. Het nieuwe Europese persuitgeversrecht komt sterk overeen met het Duitse Leistungsschutzrecht dat perspublicaties sinds 2013 beschermt tegen overnames. Sinds de inwerkingtreding is het Duitse beschermregime echter geen succes. Daarom is het onduidelijk waarom het regime in de Europese richtlijn terecht is gekomen.

Drie. Inhoudelijk verandert er weinig, omdat het persuitgeversrecht het recht op beschikbaar stellen voor het publiek en reproductie toekent aan nieuwsmedia. Deze rechten zijn vergelijkbaar met auteursrechtelijke exploitatierechten. Het Infopaq-arrest bevestigt dat een fragment van elf woorden auteursrechtelijk is beschermd. Ook alle beperkingen die voor het auteursrecht gelden, blijven op het persuitgeversrecht van toepassing. Kortom, er is dus niets nieuws onder de zon.

Vier. Voor de verlening van licenties, volgens de richtlijn een tweede rechtvaardigingsgrond, verandert er helemaal niks. Nieuwsmedia moeten daarvoor nog steeds over de juiste rechten beschikken van hun journalisten en fotografen.

En vijf. Nieuwsmedia vechten niet tegen piraterij. Het is veel minder de vraag wie achter een vermeende inbreuk zit, zoals bij illegale e-books, films of muziek vaak speelt. Commerciële partijen als matchhamster.com hebben naar eigen zeggen al 50.000 inbreuken verwijderd – overigens (aldus de jurisprudentie) vaak van huis-tuin-en-keuken websites. Handhaving van rechten is complex, maar dat geldt voor iedere industrie. Het dilemma van nieuwsmedia is dat het beperken van overnames door Google en Facebook populaire onlinediensten leidt tot een lager websitebezoek. Dat zal een persuitgeversrecht niet veranderen.

Categorieën
Contracten

Overdracht of licentie van auteursrecht?

Als jurist in de uitgeverij en tegenwoordig in het speelgoed, heb ik veel tijd besteed aan exploitatiecontracten. Dit zijn overeenkomsten om een werk, zoals een boek of spel, op de markt te kunnen brengen. Doorgaans gebeurt dat op exclusieve basis. Immers, een bedrijf wil niet dat hetzelfde boek, muziekstuk of spel door een concurrent op de markt wordt gebracht. De overeenkomsten hebben verschillende namen, zoals uitgeefovereenkomst, auteurscontract of licentieovereenkomst. In de basis komen ze op hetzelfde neer: de maker verleent een recht aan een bedrijf om zijn werk op de markt te brengen in ruil voor een vergoeding.

Een goede overeenkomst omschrijft duidelijk het auteursrecht (of intellectuele eigendom) dat in licentie wordt gegeven/overgedragen (bijvoorbeeld onder de noemer: het ‘werk’ of ‘(licensed) property’). Daarnaast omschrijft de overeenkomst de producten of diensten waarvoor de overdracht/licentie wordt verleend (bijvoorbeeld onder de noemer: de ‘uitgave’ of ‘(licensed) product’). Soms worden de termen door elkaar gebruikt, wat verwarrend kan werken. De Auteurswet vereist bovendien dat duidelijk is omschreven welke bevoegdheden worden overgedragen of (exclusief) worden gelicentieerd.

Verschillende gebruiken

In verschillende branches bestaan verschillende gebruiken. Zo werken educatieve uitgeverijen en nieuwsmedia vaak met overdracht van auteursrecht. In de wereld van gezelschapsspellen en algemene boeken verleent de maker doorgaans een licentie of gebruiksrecht. Ik ben vaak betrokken geweest bij discussies waarin principiële bezwaren bestonden tegen een overdracht (vaak door de maker) of tegen een licentie (vaak door het bedrijf). In de praktijk hoeven de verschillen echter niet groot te zijn.

Belangrijk om te weten is dat een overdracht van auteursrecht niet in alle opzichten vergelijkbaar is met de overdracht van een zaak (een ‘voor menselijke beheersing vatbaar stoffelijk object’), zoals een fiets, stoel of trui. Daarvoor bestaan verschillende redenen.

Splitsbaarheid

Ten eerste is auteursrecht eenvoudig splitsbaar. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om van een verhaal alleen de rechten op het maken van een theatervoorstelling in Canada over te dragen, terwijl overige rechten (zoals het maken van een boek) bij de maker blijven. Dat betekent dat een licentie kan worden verleend om een voorstelling te maken, maar eveneens beperkte rechten kunnen worden overgedragen. Een overdracht is dus niet alles of niets.

Morele rechten

Verder zijn zogenaamde morele of persoonlijkheidsrechten relevant. Deze rechten zijn opgenomen in artikel 25 van de Auteurswet. Hierin staat dat een maker, zelfs nadat hij zijn auteursrecht heeft overgedragen, bepaalde rechten houdt. Doorgaans worden rechten overgedragen om een werk te kunnen reproduceren, op de markt te brengen, verhuren, of bijvoorbeeld uit te voeren. Van bepaalde morele rechten kan afstand worden gedaan, maar van sommige ook niet. De maker behoudt bijvoorbeeld altijd het recht om zich te verzetten tegen aantastingen welke nadelig zouden kunnen zijn voor zijn reputatie.

Auteurscontractenrecht

Een derde beperking is de Wet auteurscontractenrecht, die in juli 2015 in werking is getreden. Deze wet regelt onder meer dat een maker recht heeft op een billijke vergoeding. Ook is geregeld dat een maker de overeenkomst kan ontbinden wanneer het werk niet langer in voldoende mate wordt geëxploiteerd. Dat betekent zelfs dat wanneer auteursrecht is overgedragen, de maker zijn rechten terug kan krijgen. Een overdracht van auteursrecht in een exploitatiecontract is dus niet onvoorwaardelijk.

Verschil tussen overdracht en licentie

Een overdracht of licentieovereenkomst kan zo breed of smal zijn als de maker en uitgever/bedrijf wensen. Dat betekent dat een wereldwijde exclusieve licentie voor iedere verschijningsvorm, voor onbepaalde tijd die niet-opzegbaar is in grote mate overeenkomt met een brede overdracht van auteursrecht. In de praktijk is het grootste verschil niet zozeer juridisch van aard, maar vooral principieel. Zie bijvoorbeeld Kamervragen over de overdracht van auteursrecht aan de Rijksoverheid, overigens alweer van enige tijd geleden.

Uiteraard bestaan er wel verschillen. Zo is het handiger om een recht dat wordt verleend voor een bepaalde tijdsduur als licentie te verlenen. Daarnaast is een licentie kwetsbaarder. Zo kunnen bedoelingen van partijen bij een licentie door een rechter als anders worden beschouwd dan bij een overdracht. Dat kan relevant zijn bij de beoordeling van opzegmogelijkheden.

Handtekening

Let er verder als maker en als bedrijf op dat de overeenkomst wordt ondertekend. De Auteurswet schrijft namelijk voor dat een akte, dus: contract met handtekeningen van partijen, vereist is voor de overdracht of verlening van een exclusieve licentie op auteursrecht. Dat kan overigens ook digitaal. Een e-mail met een tekstueel akkoord is echter onvoldoende.